Overslaan en naar de inhoud gaan

Ut Liwwadders

Tekst: seg ut mar op sien liwwadders - initiatiefgroep stadsfries

Ut "Liwwadders" is één van de vormen van Stadsfries zoals dat ook in andere Friese steden werd en wordt gesproken. Waarschijnlijk lift het begin in de zestiende eeuw. Het Nederlands kwam op, het Fries verloor in de steden enig terrein.

De ambtenaren van het bestuur spraken een mengeling van Duits en Hollands, met name in Leeuwarden. De 9boere)-fries-sprekenden pasten zich aan, of deden na in de omgang met die ambtenaren. Mensen in kerken en kloosters gingen het Stadsfries gebruiken. Zij die betrokken waren bij de handel, denk aan de "zeesteden', namen die taal in de contacten met klanten en bestuurders ook over. De trek naar de steden versterkten dat proces. 

Tot in het begin van de twintigste eeuw werd er, zeker in arbeiders- en middenstandskringen, maar ook door de zogenaamde elite, veel Liwwaders gesproken. Daarna loopt het gebruik van die taal of dat dialect terug. Oorzaak zou het zogenaamde statusgevoel kunnen zijn. Nederlands of wat daar voor door ging, was de taal. Hoog praten! Anderen gingen voor de plaats van het Fries vechten. (...) De status verdraagt zich niet met Liwwadders praten. Ik vind dat een flauwekul-argument, maar het speelt wel. Dus gaan Nederlands en ook Fries domineren, hier en daar.

En in het Stadsfries werd en wordt niet veel geschreven. Er is rond 1531 een kloosterdocument in het Liwwadders. Het werd dus toen ook al door velen gesproken.